L'oeuvre de Corinne PRADIER nous est donnée comme par obligation et nous transporte au centre de notre humanité.
Au travers de la peinture elle-même l'artiste nous livre ses contradictions. Les couleurs primaires et chatoyantes vibrent sur une matière légère et transparente. Pourtant, le dessin est cerné de noir et les touches mates appliquées par couches épaisses sont rugueuses et brutales. Il y a là un besoin de toucher la matière, de la modeler avec les doigts ou la paume. Un personnage, ni homme ni femme, le "grand" est presque toujours accompagné d'un oiseau, libre et fragile. La forme originelle est l'oeuf, cet ovale au départ de tout. Le format est sa destinée il ne s'y sent pas toujours à l'aise mais s'en accommode souvent, cherchant la brèche. Les questions se posent et se reposent. L'expression forte des pieds et des mains de ces personnages, nous rassure quant à notre propre existence.
Aussi encombrés que nous soyons dans notre enveloppe vitale, nous conservons l'espoir de notre libre-arbitre.
BP
Het oeuvre van Corinne PRADIER vormen schilderijen die ons blijkbaar uit verplichting worden gegeven en ons verplaatsen naar het centrum van het mensdom.
Door haar werken verraadt de artieste haar eigen contradicties. De primaire en strelende kleuren trillen op een lichte en doorschijnende materie. Nochtans is de tekening zwart omrand en de doffe kleurtoetsen werden in opeenvolgende lagen ruw en met brutaliteit aangebracht.
Er ontstaat een behoefte om de materie aan te raken, deze met de vingertoppen of met de handpalmen te modelleren. Het personage, noch man noch vrouw, die “grootheid.” Is steeds vergezeld van een vogel, vrij en eerder zwak. De oorspronkelijke vormgeving is het ei, dit ovale beeld waarvan alles vertrekt.
In deze vorm ligt het toekomstige waarin de gestalte zich niet altijd gemakkelijk voelt maar zich toch nestelt om nadien een uitweg te zoeken.
Vragen worden gesteld en steeds opnieuw herhaald. De uitdrukking, gegeven door de handen en voeten van haar personages, stelt ons gerust voor ons eigen bestaan. Hoe ingesloten we ons ook voelen door ons eigen levensomhulsel toch behouden we steeds hoopvol onze eigen vrije wil.
BP